Hoofdstuk 8

Tweede scherm behorend bij hoofdstuk 8:

  • Pagina 99

Even een stukje geschiedenis. Van de landen die ik tijdens mijn eerste reis bezocht had (Indonesië, Australië) wist ik dat Nederlanders er een geschiedenis hadden liggen. Van Brazilië was me dat minder bekend. Maar ‘wij’ Hollanders hebben er wel degelijk een stuk geschiedenis liggen en zoals vaker bleek die niet bijzonder fraai. Zoals de meesten zullen weten, waren de Portugezen op hun ontdekkingsreizen als eerste Europeanen in Brazilië aanbeland en daar stichtten ze in 1535 de nederzetting Olinda. Na de officiële aanbieding van de nederzetting aan de Portugese kroon twee jaar later, werd Olinda opgezet om als hoofdstad van de provincie Parnembuco te dienen. Voor de Portugezen was naast handel het bekeren van de inheemse bevolking een prioriteit en al snel herrezen er kerken, seminars en kloosters.

Toen de Hollanders er lucht van kregen dat er in die provincie goed geld te verdienen viel met de handel in suikerriet, hebben ‘we’ in 1630 de Portugezen de stad uitgedreven, hun vloot laten zinken en Olinda vrijwel geheel platgebrand. Van de 18 kerken die er stonden zijn er 17 door de brandstichting verwoest. Om dit feit overigens nog iets kwalijker af te schilderen, vermeldde onze gids er nog bij: ‘and the Dutch build none of their own’. Handel was voor Hollanders belangrijker dan bekering van de inheemse bevolking. Vervolgens bouwden we een nieuwe hoofdstad, vijf km verderop: Recife. Hiervoor hebben we eerst nog even een stuk zee drooggelegd, want daar waren we nu eenmaal goed in. Hadden we aanvankelijke nog morele bedenkingen tegen de slavenhandel, deze werden al snel overboord gegooid toen werd ingezien hoe lucratief deze handel was.

Lang heeft de pret niet mogen duren want een jaar of 30 later werden de Hollanders door een gezamenlijke actie van de Spanjaarden en de Portugezen uit Recife verdreven. Echt een stempel hebben we daar niet kunnen drukken; het schijnt aan de stomheid en calvinistische inslag van de VIC te wijten te zijn geweest dat men nu in Brazilië geen Nederlands spreekt maar Portugees. Mogelijk dat deze periode in onze vaderlandse geschiedenis daarom zo op de achtergrond is geraakt. In ieder geval heb ik vroeger op school nooit iets over de Nederlandse handel en wandel in Brazilië geleerd. Nu zou dat kunnen liggen aan het feit dat ik misschien niet altijd even goed heb opgelet, maar als ik er andere Nederlanders naar vraag, weten zij er meestal ook niet veel vanaf. Wellicht omdat ook in Nederland liever niet te veel aandacht wordt besteed aan de geschiedenis waar we niet zo trots op kunnen zijn. Liever vertellen de lesboeken over de heldendaden van Michiel de Ruyter en Piet Hein.

  • Pagina 102

In de Pantanal zag ik de fraaiste luchten die ik ooit gezien had. En door de weerspiegeling in het water waren deze twee maal zo spectaculair. Hieronder enkele voorbeelden.

IMG_5340

IMG_6474IMG_5633IMG_6611

  • Pagina 101

Brazilië was het enige land waar we ons een aantal maal onveilig gevonden hebben in steden als Manaus en Salador.

Een stad waar ik echt naar uit keek was Salvador. Salvador is na Rio de drukstbezochte toeristenplaats van Brazilië en geldt, evenals Rio, als één van de gevaarlijkste steden van het land. Daar kwamen we direct bij aankomst al achter. Als echte backpackers hadden we dit keer maar eens een bus vanaf het vliegveld genomen in plaats van een taxi. De bus zou vlak bij Pellegrino, het oude centrum, stoppen vanwaar het nog slechts vijf minuten lopen zou zijn naar ons hostel. Toen we rond half 8 ’s avonds uitstapten, was het inmiddels donker en we voelden direct dat het niet pluis was. Het busplein was verlaten en in de aangrenzende straten liepen wat schimmige figuren rond. Anders dan het kaartje in de gids deed voorkomen, lag de bushalte niet direct aan het plein van ons hostel en op zoek naar het hostel liepen we de verkeerde kant op. Met onze rugzakken waren we kwetsbaar en wegrennen zou niet zo makkelijk lukken. Een taxi stopte en de chauffeur riep breed gebarend 'Muito Perigrosso!' Onze kennis van het Portugees was inmiddels voldoende om te begrijpen dat dat 'heel gevaarlijk' betekende, wat de indruk versterkte dat lopen niet de slimste optie was. Uiteraard zou het ook een verkooptruc van de taxichauffeur kunnen zijn. In dat geval een geslaagde truc, want binnen twee seconden zaten wij in de taxi en 5 minuten later in ons hostel.

IMG_6757

Op de foto’s ziet het er fraai uit. Maar toch kon Salvador ons niet echt bekoren. In het historische centrum stond om de zoveel meter stond een bewaker of politieagent. Ondanks de veiligheids-maatregelen liepen er nog genoeg vage figuren rond die ‘gratis, for good luck’ een lintje om je pols wilden binden. Zodra je daar, om van het gezeur af te zijn, mee instemde, veranderden de lintjes als het ware in handboeien en ‘de sleutel’ bestond – uiteraard – uit het geven van geld. We waren we de hele dag bezig deze lui te vermijden alsmede de straten waarvoor de bewakers ons waar-schuwden. Ik begrijp niet waarom veel mensen Salvador zo leuk vinden: de hele dag op je hoede zijn irriteert snel. Het gerestaureerde historische centrum is niet onaardig met zijn koloniale kerken en huizen, maar mooie voorbeelden van witte en pastel kleurige huizen en kerken vind je ook in andere plaatsen zoals Paraty en Olinda, waar het een stuk gemoedelijker is.

Morro de Sao Paulo op het eiland Tinhare. Doet denken aan de Gili-eilanden. Een backpackersplaatsje zonder gemotoriseerd verkeer, met prachtige stranden en elke dag verse vis. Alle ingrediënten voor het Zwitserlevengevoel. Maar op de één of andere manier bleek zelfs dat minder aantrekkelijk te worden als je het elke dag hebt.

* Pagina 101
Morro de Sao Paulo op het eiland Tinhare. Doet denken aan de Gili-eilanden. Een backpackersplaatsje zonder gemotoriseerd verkeer, met prachtige stranden en elke dag verse vis. Alle ingrediënten voor het Zwitserlevengevoel. Maar op de één of andere manier bleek zelfs dat minder aantrekkelijk te worden als je het elke dag hebt.

Salvador is na Rio de drukstbezochte toeristenplaats van Brazilië en geldt, evenals Rio, als één van de gevaarlijkste steden van het land. Daar kwamen we direct bij aankomst al achter. Als echte backpackers hadden we dit keer maar eens een bus vanaf het vliegveld genomen in plaats van een taxi. De bus zou vlak bij Pellegrino, het oude centrum, stoppen vanwaar het nog slechts vijf minuten lopen zou zijn naar ons hostel. Toen we rond half 8 ’s avonds uitstapten, was het inmiddels donker en we voelden direct dat het niet pluis was. Het busplein was verlaten en in de aangrenzende straten liepen wat schimmige figuren rond. Anders dan het kaartje in de gids deed voorkomen, lag de bushalte niet direct aan het plein van ons hostel en op zoek naar het hostel liepen we de verkeerde kant op. Met onze rugzakken waren we kwetsbaar en wegrennen zou niet zo makkelijk lukken. Een taxi stopte en de chauffeur riep breed gebarend ‘Muito Perigrosso!’ Onze kennis van het Portugees was inmiddels voldoende om te begrijpen dat dat ‘heel gevaarlijk’ betekende, wat de indruk versterkte dat lopen niet de slimste optie was. Uiteraard zou het ook een verkooptruc van de taxichauffeur kunnen zijn. In dat geval een geslaagde truc, want binnen twee seconden zaten wij in de taxi en 5 minuten later in ons hostel.